Eindelijk erkenning, (IHC) en Pelita.

op 8 juni 2018

Op 16 februari 2017 informeerde – de toenmalige – Staatssecretaris drs. M.J. van Rijn de Tweede Kamer per brief de stand van zaken omtrent de “individuele backpay“ en de stand van zaken rond de “brede collectieve erkenningvan de Indische gemeenschap in Nederland. In september is hij hier verder op in gegaan in een brief aan de Tweede Kamer. Hij geeft hierin aan gesproken te hebben met Nederlands-Indische verenigingen, stichtingen en ondernemers. Als vervolg hebben er gesprekken plaatsgevonden met het Indisch Platform, Stichting Herdenking 15 augustus1945, het Indisch Herinneringscentrum.

In het kort samengevat kunnen wij vaststellen dat de staatssecretaris van mening is dat hij verwacht dat de Indische gemeenschap zich zal “organiseren “langs de lijnen van een ruimer opgezet Indisch Platform,
waarbij men drie aandachtsgebieden onderscheidt t.w.:
– Een Indische pleisterplaats, die voorziet in een ontmoetingsfunctie, scholing en educatie en museale en kennisfunctie. Bovendien kan deze mogelijkheden bieden voor culturele activiteiten;
– Context gebonden zorg, waarbij de zorg primair gericht wordt op de eerste generatie en een preventieve aanpak wordt voorgestaan bij de naoorlogse generatie;
– Herdenken, dat voorziet in feitelijke herdenkingsactiviteiten – landelijk en lokaal – en activiteiten die hier op een logische wijze mee kunnen worden verbonden.

Geruime tijd ben ik bezig te trachten een werkgroep te formeren teneinde een Indisch Platform als door de staatsecretaris voorgestelde vorm bijeen te krijgen. U begrijpt dat slechts een formeel erkende instantie als een Indisch Platform op bredere basis een goede gesprekspartner kan zijn. Ik hou U op de hoogte over-de hopelijk-spoedige vorderingen in deze.

Eugène C. Briët.

Michel van RuyvenEindelijk erkenning, (IHC) en Pelita.