Marie Rietberg vertelt, Apa boleh boeat

on 1 januari 2013

De Indische keuken is goed ingeburgerd in Nederland. Overal zijn toko’s waar kruiden nodig bij het bereiden van Indische gerechten te koop zijn; in knolvorm of in poedervorm. Die kruiden worden soms alleen, maar soms in combinatie met de andere gebruikt. Heel lang geleden probeerde men in Indonesië sajoer bajem te bereiden met bovengenoemde knollen, maar het resultaat was pet.

Op een dag toen een Pak Tani ( een keuterboertje ) zijn moestuin omspitte, stuitte hij op een plantje, dat hij nog nooit eerder had gezien. “Wat heeft die plant rare, langwerpige knolletjes”. Hij stond op het punt die weg te gooien, toen zijn oog op bajem plantjes vie. “Kom laat mij proberen jasoer bajem te maken met die knolletjes”, dacht hij. “Apa boleh boeat, als het niet smaakt, heb ik pech gehad”. Zo gezegd, zo gedaan. Hij plukte wat bajem en begon sajoer te bereiden met die knolletjes. Toen de sajoer klaar was ging hij eten en tot zijn verbazing smaakte het bijzonder goed. Hij straalde van trots en net als Archimedes slaakte hij een vreugdekreet: “Saja ketemoe koentjienja ( ik heb de sleutel gevonden, koentjie is in het Indonesisch –sleutel). Zo zijn de knolletjes aan hun naam gekomen.

Als jullie sajoer bajem eten, moet je maar aan dit verhaal denken.

Michel van RuyvenMarie Rietberg vertelt, Apa boleh boeat