Marie Rietberg vertelt, Chinees Nieuwjaar

on 1 december 2012

Als kind sloot ik bij het naderen van het Chinese Nieuwjaar vriendschap met mijn Chinese leeftijdgenootjes, want dan mocht ik met hen mee hun familieleden “Sien Tjoen Kionhie Fat Tjoi” (dat betekent “Gelukkig Nieuwjaar”) wensen. Dat deed je dan met gevouwen handen (konjan). Tot aan Tjap Go Meh, de 15de dag van het nieuwe jaar, mag je hen geluk wensen. De oudste van het gezin zat dan in de hoek van de voorgalerij met

naast zich een mand met ampau. Als je iets gewenst had kreeg je ampau. Dat zijn bundeltjes van kain blatjoe -ongebleekt katoen- waarin centen, gobangs, stuivers en soms dubbeltjes zaten. Het bundeltje was vastgemaakt met een rode strik. Je kwam dan na zo`n reeks visites met een aardig zakcentje thuis. Je werd dan bij wijze van spreken doodgegooid met kwee Tjina, heel zoet spul net als dodol maar bruin. rond van vorm, en gewikkeld in bamboeblad. De schijven werden van groot tot klein op elkaar gestapeld in de vorm van een pagode.

Zoals bij de Hollanders de oliebollen met Oud op Nieuw gegeten moeten worden, moet er bij de Indischen spekkoek zijn en bij de Chinezen kwee Tjina. Tegenwoordig heet kwee Tjina kwee randjang.

`s Lands wijs, `s lands eer, niet waar?

Michel van RuyvenMarie Rietberg vertelt, Chinees Nieuwjaar