Marie Rietberg vertelt, De “fortune teller”

on 1 oktober 2012

Op een middag had moeder bezoek van tante Adèle, een buurvrouw. Ik was toen amper 10 jaar oud en samen met mijn zusjes en de dochter van tante Adèle waren we aan het bikkelen. Er kwam een Bombayer (Brits Indiër) aangelopen. Hij had een vogelkooitje in zijn hand. Daarin was een glatik, een rijstvogeltje. Hij liep naar de voorgalerij en zei: “Fortune teller,

warseg-warseg. Moeder zei, dat zij daar niets van moest hebben. Maar de man hield aan en zei: “U hoeft mij daar niets voor te betalen. Ik zie n.l. iets aan u”. Hij fluisterde iets tegen de glatik. Het vogeltje pikte een kaart uit de hand van de man, waarop deze zei: “Mevrouw, u mag vanaf vandaag nooit meer op de derde en dertiende van de maand, het huis verlaten”. Na die woorden vertrok de fortune teller”. Kort daarop, het was de dertiende, ging moeder winkelen en zij verloor haar goed gevulde beurs. Een paar nare voorvalletjes vonden altijd plaats op bovengenoemde data , als zij weer eens het huis had verlaten. Zij begon geloof te hechten aan de woorden van de “waarzegger”. Moeder stierf op de achtste van de maand. Met de begrafenisondernemer was overeengekomen, dat moeder op de maandag daarop ter aarde zou worden besteld. Opééns zei mijn oudste broer : “Oh, dan is het de dertiende, moeder is al jaren niet op de dertiende het huis uit gegaan, dus dat zal ook niet gebeuren op haar begrafenis.”.

Aldus geschiede.

Michel van RuyvenMarie Rietberg vertelt, De “fortune teller”