Marie Rietberg vertelt, De Sultan

on 1 juni 2013

Als je als toerist je geboortegrond in de Gordel van smaragd bezoekt brengt de reisleider je ook naar Jogja om de Kraton van de Sultan van Jogjakarta te bezichtigen. Maar niemand wordt gebracht naar het waterkasteel , althans een ruïne ervan.

Het waterkasteel of Istana Air zoals de Jacanen deze ruïne noemen, werd in het midden van de 19e eeuw, zo omstreeks 1850 gebouwd op last van de toenmalige Sultan van Jogja.

Italiaanse ingenieurs moesten een paleis bouwen waarin op ongeveer 30 meter hoogte een put moest komen. Die bouwkundigen speelden het klaar zo’n put op die hoogte tot stand te brengen. Aan die put is een legende ontsproten. De sultan maakte er een gewoonte van om iedere avond op de rand van de put te zitten om te gaan mijmeren over de afgelopen dag.

Op een avond zag hij op de rand van de put een beeldschone vrouw zitten. De sultan raakte eensklaps verliefd op haar. Zij keuvelden de hele avond. Maar vlak vóór middernacht liep ze weg en verdween zij uit zijn ogen. De volgende avond verliep net zo, maar op de derde avond kon hij haar bij haar prachtige haar grijpen en zij keerde haar gezicht naar hem toe. En wat zag hij………… een heel oud en verschrompeld gezicht.

Het was Nyi Loro Kidoel – de godin van de Zuidzee, de Indische Oceaan. De legende zegt dat het waterkasteel in verbinding staat met de zee en wel met het strand van Parang Tritis. Ieder jaar verdrinken een aantal mensen in die baai. Tieners mogen alleen naar het strand gaan in kleding waarin groen of blauw in verwerkt is. Op de 15e dag van de ramadan gaat de sultan naar Parang Tritis om een kistje met groene kabaja’s en kains in zee te gooien.

Ook in de Wijnkoopbaai in het zuid-westen van de Preanger is de onderstroom erg gevaarlijk. Na de Indonesische onafhankelijkheid heeft men getracht de Wijnkoopbaai een seaside resort aan te leggen. Het is mede door de vele verdrinkingen aldaar niet renderend gebleken en dat object is mislukt.

Het heeft m.i. niets te maken met de kracht van Nyi Loro Kidoel. Het feit is dat op die stranden de onderstroom heel sterk is.

Vooral met Petjoenn, het Chinese waterfeest vallen veel slachtoffers . Tijdens dit feest moeten Chinezen naar het strand. Ze gaan dan spelevaren. Het is dan springtij en men kan heel ver in zee lopen. Ze vergeten dat bij vloed het water snel rijst en is het meestal te laat om het strand te bereiken. Ieder jaar worden veel mensen het slachtoffer van dit springtij. Maar de Javaan wijt dit aan de kracht van

Nyi Loro Kidoel.

Michel van RuyvenMarie Rietberg vertelt, De Sultan