Marie Rietberg vertelt, Si Katè, de ongelovige

on 1 januari 2012

Vóór de oorlog werd in Indië het brood bezorgd door een bezorger van de bakker. Iedere middag, klokslag 3 kwam een heel klein mannetje het brood bij ons brengen. Omdat hij zo klein was werd hij door iedereen si Katè (dwerg) genoemd. Maar op een middag, het was de dag van Tjap Go Meh, de 15e dag van het Chinese Nieuwjaar, kwam een andere man het brood bezorgen. Hij vertelde ons, dat si Katè, toen de intocht voorbij ging, zijn mond niet meer dicht kon krijgen. Wat was er n.l. gebeurd ! Si Katè stond langs de weg om de arak tepekong voorbij te zien trekken.

Met Tjap Go Meh wordt altijd een Boeddhabeeld gearakt, d.w.z. op een draagbaar voortgedragen. Aan weerszijden van de draagbaar dragen vier Chinezen de Boeddha langs een bepaalde route. De dragers zijn arme Chinezen, die van te voren met arak dronken zijn gevoerd. De stoet komt heel langzaam vooruit, omdat door de benevelde toestand, waarin de dragers verkeren de één naar links wil, de ander naar rechts,vooruit of achteruit. De dragers worden pas rustig als het geregend heeft. Si Katè, die vooraan stond zei: “Saya tidak pertjaja, Boeddha itu kekuatannya begitu besar” (“Ik kan niet geloven, dat dat beeld zoveel kracht bezit” Omong kosong (Onzin)

De dragers hoorden dat en ze kwamen met de draagbaar, waarin het Boeddhabeeld zat naar hem toe. Si Katè schrok heel erg, hij deed zijn mond wijd open van schrik. Zijn kaak raakte daardoor ontwricht, hij kon zijn mond niet meer sluiten en werd naar het ziekenhuis gebracht. Daar kreeg hij een gewelddadige stoot tegen zijn kaak en daardoor is de kaak weer in het gewricht geschoten.

Toen Si Katè na een week weer brood bracht zei hij:” *Ik zal voortaan niet meer spotten met andermans geloof”.

Michel van RuyvenMarie Rietberg vertelt, Si Katè, de ongelovige